Bij een vastgoedtransactie (verkoop of verhuring van een vastgoed, vastgoedleasing, toekenning van een zakelijk recht, etc.) moet een EPB-certificaat gevoegd worden door de verkoper of de verhuurder van het goed. Naargelang van de bestemming van het goed is dat een:
- EPB-certificaat - Wooneenheden
- EPB-certificaat - Tertiaire eenheden
- EPB-certificaat - Openbaar gebouw
Die drie EPB-certificaten worden afgeleverd door een certificateur. De certificateur – Wooneenheden, de certificateur – Tertiaire eenheden en de certificateur – Openbare gebouwen zijn door Leefmilieu Brussel erkende vaklui.
Op het EPB-certificaat zal net als voor een koelkast een energiecategorie vermeld staan, op een schaal gaande van A (heel zuinig) tot G (zeer energieverslindend). Zo kan de kandidaat-koper of –huurder de verschillende woningen die hij bezoekt, vergelijken vanuit energieoogpunt. Op het document worden ook aanbevelingen gedaan om de energieprestatie van de woning te verbeteren. De persoon die het goed te koop of te huur zet zal in zijn reclame (Internet, advertentie, affiches,…) de energiecategorie en het niveau van de CO2-uitstooten moeten vermelden.
Een EPB-certificaat is geen energieaudit. Het EPB-certificaat is een foto, een beschrijving van de energetische kwaliteit van het verkochte of verhuurde gebouw. Het bevat ook drie standaardaanbevelingen voor een betere score van het EPB-certificaat die losstaan van het gedrag van de bewoner.
De audit omvat daarentegen een reeks zorgvuldig bestudeerde en becijferde persoonlijke aanbevelingen, met tips om ze in functie van de context van de bestudeerde woning in de praktijk te brengen.
|
Gelet op de gevolgen die een nieuw instrument zoals het EPB-certificaat kan hebben voor de gewoonten van alle spelers op de vastgoedmarkt, wordt tot 1 september 2011 een overgangsperiode ingelast waarbij een grotere soepelheid aan de dag wordt gelegd. De eigenaar zal dan ook over vier bijkomende maanden, te rekenen vanaf 1 mei, beschikken om het EPB-certificaat te laten opstellen. De eigenaars wordt echter aangeraden al vanaf 1 mei een EPB-certificaat te laten opstellen als dat mogelijk is. TDE is erkend EPB-certificateur voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. |
De definitieve luchtdichtheidstest wordt uitgevoerd conform de geldende normen: nl. NBN EN 13829 (1e uitg., februari 2001) en de bijkomende specificaties voor de meting van de luchtdichtheid van gebouwen in het kader van de EPB-regelgeving versie 2 dd 08 oktober 2010, behoudens nieuwe opgelegde normen of bijkomende specificaties op het moment van de uitvoering van de luchtdichtheidstest. Deze luchtdichtheidstest beoogt het bepalen van het gemiddelde luchtlekdebiet (V50), gemeten bij overdruk en onderdruk. Deze luchtdichtheidstest wordt uitgevoerd met behulp van pressurisatieapparatuur die krachtig genoeg is om een minimale drukverschil van 70 Pa (zowel bij onderdruk als bij overdruk) te verwezenlijken. Voor de behandeling van de openingen (gesloten, geopend of afgedicht) worden de geldende normen nageleefd. De definitieve luchtdichtheidstest vindt plaats als alle werken voltooid zijn, ook de afwerkingen. Tijdens de uitvoering van de luchtdichtheidstest worden er geen andere personen toegelaten dan de personen die voorafgaandelijk hiervoor toestemming hebben gekregen. De uitvoering van de bouwfysische testen gebeurt bij gunstige weersomstandigheden: voldoende temperatuurverschil (5K) tussen binnen en buiten, weinig wind (< 3 beaufort). Rapportage luchtdichtheidstest achteraf. Na het opsporen en visualiseren van de luchtlekken zal er een luchtdichtheidstest worden uitgevoerd.
Opsporen/visualiseren van luchtlekken en blowerdoortest Idem vorige. Ter plaatse opsporen en visualiseren van luchtlekken met behulp van rookgenerator en/of infraroodcamera.Het uitvoeren van dichtingswerken vóór, tijdens of na is niet inbegrepen in de bovenvermelde prijzen. Tijdens het opsporen en visualiseren van de luchtlekken moeten minimaal 2 extra personen (van de aannemer) aanwezig zijn. Het is aangewezen om het opsporen en visualiseren van de luchtlekken uit te voeren direct na het aanbrengen van de luchtdichte schil en vóór de afwerking.
Bouwheren van nieuwe gebouwen groter dan 1000 m2, moeten sinds 1 februari 2008 de haalbaarheid voor alternatieve energiesystemen laten onderzoeken (Besluit van de Vlaamse Regering voor de invoering van de haalbaarheidsstudie voor alternatieve energiesystemen - 23 november 2007). Nu de warmtenetten aangeduid en gepubliceerd zijn op www.energiesparen.be, moeten alle betrokkenen vanaf 1 november 2008 het gebouw toetsen aan de beschikbaarheid voor stads/blokverwarming of -koeling. Dit geldt voor alle gebouwen die zich - in vogelvlucht - op minder dan 500 m van de aangeduide warmtenetten bevinden. Indien de warmteleverancier aangeeft dat hij geen warmte meer ter beschikking heeft of wenst te leveren, is een verder onderzoek niet nodig.
Binnenkort wordt het energieprestatiecertificaat (EPC) bij verkoop en verhuur van woningen, appartementen, ... verplicht. Voor verkoop van woongebouwen gaat de verplichting in in de loop van het najaar 2008. Begin 2009 wordt dan het energieprestatiecertificaat bij verhuur van woongebouwen ingevoerd. Het energieprestatiecertificaat informeert de potentiële kopers en huurders over de energetische kwaliteit van het gebouw. Daarnaast zal het energieprestatiecertificaat informeren over kosteneffectieve maatregelen voor de verbetering van de energieprestatie van het gebouw.Ook bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen (kantoorgebouwen, winkels, ...) zal een EPC verplicht worden in de loop van 2009. De wetgeving over het EPC bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen is in voorbereiding.
De energiecertificering van gebouwen is het gevolg van de Europese richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002, betreffende de energieprestaties van gebouwen . Deze richtlijn legt op dat zowel voor nieuwbouwwoningen als voor de verkoop en de verhuur van bestaande woningen een energieprestatiecertificaat moet worden opgemaakt.
Bij de verkoop van woongebouwen wordt het energieprestatiecertificaat in het najaar van 2008 verplicht. Voor woningen en appartementen die worden verhuurd, zal de verplichting begin 2009 in voege treden.
Het energieprestatiecertificaat legt geen eisen op, maar informeert de potentiële of toekomstige kopers of huurders over de energetische kwaliteit van het gebouw door aan het gebouw een energetische score (kengetal) toe te kennen. De score die de energetische kwaliteit van het gebouw weergeeft, wordt berekend op basis van de eigenschappen van het gebouw, zoals de gebruikte materialen en de isolatiewaarden van muren en dak, ramen en deuren, en op basis van de installaties voor verwarming en warm water.
Met het decreet van 23 mei 2008 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2008 (BS 13 juni 2008) wordt voor energiezuinige nieuwbouw een vermindering van de onroerende voorheffing ingevoerd. Voor de toepassing van de vermindering van de onroerende voorheffing voor nieuwbouw worden 2 types van gebouwen onderscheiden : woongebouwen en niet-woongebouwen.
Voor woongebouwen geldt de volgende vermindering van de onroerende voorheffing : een eigenaar wiens woning het E-peil 60 behaalt, bekomt gedurende 10 jaar een korting van 20 procent op zijn jaarlijkse onroerende voorheffing. Een eigenaar wiens woning het E-peil 40 behaalt, bekomt een korting van 40 procent op zijn jaarlijkse onroerende voorheffing.
Voor niet-woongebouwen zal een vermindering van 20 procent worden toegekend wanneer de nieuwbouw een E-peil van maximum E70 realiseert. Wanneer het E-peil 40 wordt behaald, bekomt de eigenaar een vermindering van de onroerende voorheffing van 40%.
De verminderingen zijn niet onderling cumuleerbaar. Wanneer een nieuwbouw aan de strengste eis voldoet (E40), zal enkel de grootste vermindering (40%) worden toegekend.
De maatregel treedt in werking vanaf het aanslagjaar 2009. Dit betekent dat gebouwen waarvoor in 2008 een energieprestatiecertificaat bouw werd afgeleverd, vanaf het aanslagjaar 2009 van de vermindering kunnen genieten.Deze vermindering wordt automatisch toegekend. De eigenaar moet hiervoor geen aanvraag indienen.
De vermindering geldt enkel voor een volledige nieuwbouw. Voor een uitbreiding van een bestaand gebouw dat aan de E-peileis voldoet kan geen vermindering van de onroerende voorheffing worden verkregen.
Wanneer een eigenaar zijn eigendom verkoopt in de loop van de 10-jaartermijn, dan zal de koper verder van de vermindering van de onroerende voorheffing blijven genieten en dit gedurende het nog resterende aantal aanslagjaren van de oorspronkelijk toegekende 10-jaarstermijn.
Voor de financiering van deze belastingvermindering wordt een fonds opgericht dat jaarlijks met 1 miljoen euro zal aangroeien tot 10 miljoen euro.
Op 23 november 2007 gaf de Vlaamse Regering haar definitieve goedkeuring aan het besluit voor de invoering van de haalbaarheidsstudie voor alternatieve energiesystemen. Zoals wordt opgelegd door de Europese Richtlijn betreffende energieprestaties van gebouwen, voorziet het besluit in een verplichte haalbaarheidsstudie voor nieuwe gebouwen groter dan 1000 m².
Deze is verplicht voor stedenbouwkundige vergunningsaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 februari 2008.
In het ministerieel besluit van 11 januari 2008 werd vastgelegd welke technieken in de haalbaarheidsstudie te onderzoeken zijn, afhankelijk van de functie en de grootte van het gebouw. De te onderzoeken technieken werden zodanig geselecteerd dat de kans heel groot is dat de toepassing effectief haalbaar is.
De bedoeling is vooral de bouwheren te informeren over de mogelijke technieken, de subsidies en de haalbaarheid van de verschillende alternatieve energiesystemen. Het is in het belang van de bouwheer om de studie al tijdens de ontwerpfase te laten uitvoeren, zodat alle resultaten nog in het definitieve ontwerp integreerbaar zijn.
Voor welke gebouwen moet een verplicht haalbaarheidsonderzoek gebeuren?
Voor gebouwen die voldoen aan volgende kenmerken:
De haalbaarheidsstudie moet ingediend worden bij het Vlaamse Energieagentschap binnen de maand na het aanvragen van de stedenbouwkundige vergunning. De haalbaarheidsstudie dient ondertekend te worden door de uitvoerder van de haalbaarheidsstudie en door de bouwheer, en dient door de bouwheer 3 jaar bijgehouden te worden.
Welke technieken moeten onderzocht worden?
De te onderzoeken technieken worden in functie van de gebouwbestemming en de bruikbare vloeroppervlakte aangegeven in het Ministerieel besluit. Voor de volledige oppervlakte van het project (ook als het uit verschillende gebouwen bestaat) wordt uitgegaan van die bestemming die het grootste deel van de volledige oppervlakte inneemt. Voor de gebouwbestemming worden dezelfde bestemmingstypes gebruikt als voor de energieprestatieregelgeving.
Wie kan de haalbaarheidsstudie uitvoeren?
Om een behoorlijke haalbaarheidsstudie te kunnen uitvoeren, is een grondige kennis van de alternatieve energietechnieken vereist. Het is in het belang van de bouwheer om hierbij de beste prijs/kwaliteitsverhouding na te streven. Gezien de verschillende technieken die in de haalbaarheidsstudies aan bod dienen te komen, is een brede kennis nodig die moeilijk in een korte opleiding kan opgebouwd worden. Vermoedelijk zullen dus vooral ingenieursbureaus en studiebureaus die zich toeleggen op duurzaam bouwen zich aangesproken voelen om deze taak op zich te nemen.
(Bron: Vlaams Energieagentschap - Vlaams ministerie van Leefmilieu, Natuur en Energie)
TDE mag nu ook energie-audits uitvoeren op bestaande publieke gebouwen. Het Energieprestatiecertificaat voor publieke gebouwen (EPC) wordt verplicht vanaf 1 januari 2009. Wat houdt dit in? Publieke gebouwen die vaak door het publiek worden bezocht en een bruikbare vloeroppervlakte hebben groter dan 1000 m moeten over een energieprestatiecertificaat beschikken en dit certificaat op een voor het publiek zichtbare plaats uithangen. Voor publieke gebouwen wordt het energieprestatiecertificaat gebaseerd op het gemeten (werkelijke) energieverbruik. Hierdoor wordt een belangrijke stimulans gegeven aan overheidsdiensten en publieke organisaties om hun energieverbruik op te volgen. Het energieprestatiecertificaat bestaat uit twee luiken. Enerzijds wordt een kengetal toegekend op basis van de gebouwgebonden karakteristieken en het energieverbruik. Anderzijds bestaat het energieprestatiecertificaat ook uit een adviesluik waarin energiebesparende maatregelen worden voorgesteld. Meer informatie vindt U op onderstaande website: EPC.